Concert zonder grenzen: “SEISMIC” laat de grond onder het luisteren bewegen
SEISMIC ging vorige week in première in Le Botanique en beeft vrijdag verder in Concertgebouw Brugge. Geen klassiek concert, maar een veld van druk, klank en beweging. Een ruimte die ademt, verschuift en trilt.
Sue Somers ging in gesprek met Aïda Gabriëls, Maria W Horn en Matteo Sedda en vatte de nieuwe creatie vast in woorden:
Hoe absurd is het eigenlijk om een publiek tot één vorm van luisteren te dwingen, braaf zittend, op een vaste plek in een concertzaal? In SEISMIC vallen die vaste vormen weg. Wat overblijft, is een ruimte waarin geluid, licht en beweging samenvloeien, en waarin performers en publiek elkaar opzoeken.
Niet elke maker voelt zich thuis in onzekerheid. Voor regisseur Aïda Gabriels is het net de kern van haar werk. In haar projecten, waarin ze klassieke en hedendaagse muziek samenbrengt, zoekt ze telkens naar nieuwe vormen van vrijheid. Eerder haalde ze al het concert uit de concertzaal. Voor SEISMIC trekt ze de zoektocht naar de grenzen van luisteren nog verder door.
“Voor SEISMIC nodigden we Ictus - het Brusselse hedendaags muziekensemble - uit om aan de slag te gaan met de Zweedse componiste Maria W Horn. Zij schreef een werk waarin akoestische klanken en elektronische texturen in elkaar overvloeien. De muziek is opgebouwd rond drones: lang aangehouden tonen waartegen andere geluiden zich aftekenen.”
Die trage klankvelden rekken de tijd uit, precies wat Gabriels met SEISMIC wil onderzoeken. “Ik vroeg me af wat er gebeurt als je geluid niet alleen hoort in de tijd, maar ook voelt in de ruimte. Geluid is altijd tijdsgebonden: het beweegt ons van het ene moment naar het andere. Maar klank bestaat uit trillingen die druk creëren, en bijgevolg ook energie. Vanuit die fysieke kracht kan je denken aan architectuur: geluid dat niet enkel de ruimte vult, maar haar vormgeeft.”

Luisteren wordt bewegen
Als geluid de ruimte bepaalt, verandert luisteren in bewegen. De lucht trilt, muren antwoorden, lichamen resoneren. Die seismische activiteit zet het publiek in beweging. “Ik wil mensen aanzetten om op wandel te gaan tijdens de voorstelling”, zegt Aïda Gabriels. “Eigenlijk maak ik er een spel van: door verwarring te creëren, plaats ik makers en toeschouwers op gelijke voet. Een concertervaring wordt zo een gedeelde verantwoordelijkheid.”
In SEISMIC vervagen de grenzen tussen disciplines. Een trombonist, percussionist, elektronische muzikant, strijktrio en bewegingskunstenaar betreden samen de arena. Matteo Sedda, die de beweging belichaamt, fungeert als brug tussen muziek en publiek. “Mijn lichaam dient als doorgeefluik”, zegt hij. “Eerst voelt die connectie geruststellend, maar langzaam komt daar spanning in. Het is een spel van aantrekken en afstoten.”
Die spanning wordt ook letterlijk zichtbaar. Sedda en percussionist Rubén Orio steken bij aanvang de zaal over met een cimbaal in de hand. Ze tasten de ruimte af en rekken de tijd op. Wanneer botsen de cimbalen en jaagt een knal door de ruimte?
Het past bij Sedda’s manier van werken, waarin hij steeds opnieuw de vierde wand doorbreekt. “Dat lijkt vanzelfsprekend, maar het vraagt veel techniek. Als je je tussen de toeschouwers begeeft, moet je je openstellen en tegelijk stevig blijven staan. Anders eet het publiek je op.”
Zijn geheim? Vertrouwen uitstralen, en je ego loslaten. “Je bent er niet om te schitteren. Pas als je dat begrijpt, kan er echt iets gebeuren tussen mensen.”

Weerstand
Een centrale rol in SEISMIC is weggelegd voor de Zweedse componiste Maria W Horn, die nauw samenwerkte met de muzikanten van Ictus. In haar compositie Time Variables krijgt tijd een vloeibare vorm. Geen vast tempo, geen meetbare maatsoort. De muzikanten volgen niet de tik van een metronoom, maar de duur van een boogstreek, een hartslag of het geknipper van een oog.
“Het stuk vraagt veel van de uitvoerders”, beseft Horn. “Ze hebben slechts enkele cues om te weten wanneer ze van toon moeten veranderen. Als ze willen, kunnen ze minutenlang in één akkoord blijven hangen. Time Variables kan drie uur duren, maar evengoed drie weken.”
Die openheid vergt niet alleen concentratie van de muzikanten. Ook het publiek moet tot overgave bereid zijn. “Ik wilde al langer een muziekstuk schrijven dat een doorgedreven luisterbereidheid vraagt”, zegt Horn. “Onze samenleving is geobsedeerd door tijd. Alles moet efficiënt, verteerbaar, afgerond zijn. Ik wil daaruit breken en het tegenovergestelde doen, ruimte maken voor iets dat niet te meten is.”
Horn weet dat haar aanpak soms weerstand oproept. Ze geeft haar publiek niet de snelle afwisseling die het gewend is. “Sommigen vinden dat confronterend, maar ik wil geen emotie afdwingen. Mijn muziek is een uitnodiging, geen sturing. Componeren is voor mij een individueel proces. Ik maak de muziek die ik wil horen en hoop dat anderen willen meeluisteren.”
Horn is medeoprichter van Sthlm Drone Society, een Zweeds collectief dat zich toelegt op trage, geleidelijk verschuivende klanklandschappen. “Soms duren onze voorstellingen twaalf uur. Een concert wordt op die manier een vorm van meditatie: je moet in de muziek gaan staan om ze te kunnen beleven.”
Ze herinnert zich nog haar eerste ervaring met dronemuziek. “Ik speelde bas in een punkband, maar toen ik voor het eerst trage elektronische muziek hoorde, wist ik: dit is het. Ik voelde dat ik eindelijk in het moment aanwezig was. Het is als een poort waar je door moet — aan de andere kant wacht de beloning. De enige manier om daar te komen, is door je over te geven aan de tijd.”

Een ruimte die blijft bewegen
En hoe zit dat nu met de inbreng van het publiek? “Wees gerust,” lacht Aïda Gabriels, “je wordt als toeschouwer niet gedwongen om iets te doen. Er staat geen spot op jou, er wordt niets van je verwacht — behalve dat je je laat onderdompelen in een klankbad. Het is zelfs makkelijker om er gewoon te zijn, in plaats van te kijken naar iets dat zich voor jou afspeelt.”
Frictie blijft voor Gabriels een drijvende kracht. Ze beschouwt de concertzaal als een plek waar je kan verdwijnen, of juist verschijnen. “Het is spannend om daar de confrontatie in op te zoeken. Ik werk niet met tekst, maar met geluid, beelden, ruimte en aanwezigheid. Dat maakt het broos, maar ook levend. Het risico hoort erbij.”
In een tijd van ecologische en sociale onzekerheid krijgt SEISMIC ook een symbolische lading. “Het is onmogelijk om het los te zien van wat er rondom ons gebeurt”, zegt Gabriels. “Mijn werk is altijd politiek, maar nooit pamflettair. Ik wil niemand een visie opdringen. Het gaat eerder om de vraag: waar staan we zelf, in dit verschuivende landschap? De dreiging van iets dat groter is dan wij, dat voelen we allemaal.”
Die fragiliteit maakt SEISMIC tot een voorstelling die voortdurend verandert. “Er is geen vast script, geen voorspelbare afloop”, besluit Gabriels. “Met elk publiek, in elke ruimte herschrijven we het werk opnieuw. Dat is misschien het meest seismische ervan: het blijft trillen, veranderen, ademen.”


















