Citégeluid ontmoet vakmanschap: Het Groot Internationaal Staatsorkest van Genk deelt het podium met professionals

Citégeluid ontmoet vakmanschap: Het Groot Internationaal Staatsorkest van Genk deelt het podium met professionals

08 jun 2026

Kent u de trunfa, ribeb of darbuka? Deze opvallende instrumenten en hun bespelers vormen het kloppend hart van Het Groot Internationaal Staatsorkest van Genk. B-Classic bracht hen samen met beroepsmuzikanten voor een unieke performance. Het resultaat: een naadloze match tussen het rauwe geluid van de cité en strak muzikaal vakmanschap, met dank aan een inventieve kleurenpartituur.

Het Groot Internationaal Staatsorkest van Genk koestert één uitgesproken ambitie: ooit spelen voor de koning. Maar voor het zover is, moet het jonge ensemble van louter hobbyisten nog stappen vooruitzetten. En waar kan dat beter dan op het podium van cultuurcentrum C-mine?

“Toen B-Classic vroeg om een voorstelling te maken met professionele artiesten, heb ik toch even achter mijn oren moeten krabben”, lacht Danny Bierset, een van de bezielers van het Staatsorkest. “Onze muzikanten zijn allemaal amateurs. Sommigen zijn klassiek geschoold of spelen in een harmonie, anderen leerden de stiel op Griekse bruiloften of in Italiaanse bandjes. Er zijn er zelfs die geen noten kunnen lezen en puur op gevoel spelen.”
Maar na veel inzet en repetities viel alles in elkaar. Bierset: “Toen ik onze muzikanten voor het eerst versterkt hoorde spelen, stond ik zelf versteld. Op het podium van C-mine staan, is toch iets anders dan op straat spelen. Het vraagt veel meer nauwkeurigheid.”
Een week na de première blijft Bierset trots terugkijken: “Ik wist niet dat wij zo straf konden klinken.” Oosterse toonaarden, Turkse kwarttonen, een gebrek aan notenkennis: het vormde allemaal geen obstakel meer. Op scène klopte het. Wat onmogelijk leek, werkte gewoon.

Wiskundige precisie

Het project ontstond op vraag van UHasselt, naar aanleiding van Dies Natalis, de jaarlijkse geboortedag van de universiteit. “Ik zag het orkest vorig jaar onversterkt, in een kleine setting”, zegt Marc Croes van UHasselt. “Ik was meteen gepakt door de warmte en authenticiteit, en zag potentieel voor een grotere voorstelling.”

Onder de vleugels van B-Classic groeide een lokaal optreden in de Genkse cinema Victoria uit tot een volwaardige professionele voorstelling, samen met het Genkse elektronische collectief Suna, gastzanger Gregory Frateur en MC Stijn Meuris. Een nieuwe show volgt, met rapper en soulzanger Fred Gata als muzikale gast.

De performance vertrekt vanuit de identiteit van het Staatsorkest. Voor B-Classic nam percussionist Bert Peyffers de artistieke leiding op zich. Hij herwerkte vier repertoirestukken van het orkest tot composities die beginnen met de elektronica van Suna. Geen eenvoudige opdracht: verzoen de dynamiek van een akoestisch orkest maar eens met de wiskundige precisie van computers en voorgeprogrammeerde synthesizers.

“Een spannend idee”, vindt Peyffers, “met een extra moeilijkheid: je kan de muziek van een orkest waarvan niet iedereen een partituur kan lezen, niet zomaar veranderen. Samen met Quinten Godts van Suna heb ik intro’s gebouwd rond de nummers, waarin zowel de elektronica als de gastzangers de vrijheid krijgen om hun ding te doen.”
Die aanpak zorgde bij Godts aanvankelijk voor twijfels, al bleken die achteraf onterecht. “Suna maakt ravemuziek met drumbeats die we ontleend hebben aan de jaren negentig. Niet meteen iets wat je associeert met een orkest. Maar de klanken van onze analoge synthesizers bleken prima te matchen met de Balkan- en oosterse touch van het Staatsorkest.”

Godts speelde nooit eerder met amateurmuzikanten. Smaakt naar meer, vindt hij. “Hobbyisten benaderen muziek speelser. Dat bracht ons terug naar de periode waarin wij met Suna begonnen en diezelfde speelsheid hadden. Intussen zijn we het gewend dat we met onze synths elke klank kunnen produceren die we willen. Akoestische instrumenten daarentegen zijn beperkter: je kan er enkel op blazen of ze met je handen bespelen. Het is interessant om vanuit die beperking na te denken over muziek.”

Bob Permentier, artistiek leider van B-Classic, stelt het nog scherper: “Elke beroepsmuzikant zou dit eens moeten meemaken. Omdat ze zo hoogopgeleid en gedrild zijn, zitten ze in een keurslijf dat hen dwingt tot perfectie. Liefhebbers hebben daar geen last van: zij ademen muziek, en daarin zijn ze minstens zo professioneel. Ze zijn ontwapenend en dat werkt aanstekelijk. Net dat geeft de essentie weer van muziek.”
Overigens, vindt Godts: “Hoe cool klinkt een draailier? Of een oud? Daar moeten we met Suna misschien iets mee doen.”

Excelpartituur

Die instrumenten zijn geen gimmick. Het Groot Internationaal Staatsorkest van Genk is zoals de stad zelf: een kruispunt waar mensen met uiteenlopende achtergronden samenkomen. Het ensemble werd twee jaar geleden opgericht naar het model van de straatorkesten van New Orleans, die jazz- en bluesstandards spelen op bijeenkomsten en feesten. “Samen met componist en dirigent Herwig Pans stelde ik vast dat er in Genk veel orkesten zijn, maar dat de stad geen vast repertoire heeft”, zegt Bierset. “Daar wilden we iets aan doen.”
Na een oproep stelden veertig muzikanten zich kandidaat. Sommigen legden zelfs een cv voor dat bulkte van de ervaring in échte staatsorkesten, tot in het buitenland toe. “Die mensen pasten helaas niet in het plaatje”, vult Pans aan. Uiteindelijk bleven er dertig artiesten over. Ze hielden jamsessies in kleine groepen, waarna Pans stukjes melodie, ritmes en akkoorden knipte en plakte. Zo ontstonden twaalf composities, die allemaal de naam kregen van een Genkse wijk.

Om die muziekstukken over te brengen op een groep waarvan een deel geen noten leest, bedacht Pans een vernuftig kleurensysteem. Het stamt uit de periode waarin hij lesgaf aan kinderen in een ervaringsgerichte school in Antwerpen, waar noten lezen geen voorwaarde was om muziekles te volgen.
“Het gaat eigenlijk om een Excelschema, waarin ik met gekleurde blokken aangeef welk thema we spelen, zoals het refrein, dat bijvoorbeeld blauw is”, legt Pans uit. “In elk blok geef ik ook met een kleur aan welke instrumenten er meespelen.” Voor muzikanten die wel noten kunnen lezen, is er een gewone partituur.
Maar of je nu van papier of van een gekleurd Excelblokje leest: de grootste uitdaging zit in het samenbrengen van alle verschillende klanken. Het instrumentarium van het Staatsorkest is immers een mix van instrumenten uit verschillende tradities, aldus Pans. “We hebben een rommelpot, een plastic emmer waarover een vel is gespannen. In dat vel steekt een stok die een basgeluid voortbrengt. Iemand speelt trunfa, een mondharp uit Sardinië. Er is de ribeb, een Marokkaans strijkinstrument, en de darbuka, een metalen trommel.”

Typisch Genks

Die bonte verzameling klanken vloeit organisch in elkaar. Dat is waar het project om draait: geen contrast, maar verbinding. Ook stadsbeiaardier An Lommelen, die elke week de Genkse ziel over de stad laat weerklinken, herkent die magie. Al van bij de oprichting van het Staatsorkest maakt ze als percussioniste deel uit van het ensemble.
“Een stokkenklavier heeft het orkest niet”, aldus Lommelen. “Maar mijn interesse gaat veel breder: ik speel ook orgel, viool en ben pas begonnen met gitaar. Omdat het orkest weinig percussie had, vroeg Herwig of ik de cimbalen voor mijn rekening wilde nemen. Dat betekent veel tellen en goed meevolgen, zodat iedereen bij de les blijft.”
Maar voor Lommelen is het instrument bijzaak. Voor haar draait het Staatsorkest om iets groters, iets dat de muziek overstijgt. “Het Staatsorkest is niet zomaar te kopiëren in andere steden. Behalve in de andere mijngemeenten kent alleen Genk die unieke mix van vernieuwende klanken. Het is typisch Genks om dit te doen. Ik merk dat ook bij mezelf: mijn rollen als stadsbeiaardier en orkestlid lopen in elkaar over. Op de beiaard speel ik soms Italiaanse verzoeknummers, wat voor verbinding zorgt in de stad. Diezelfde band voel ik ook in het Staatsorkest.”

“In feite zijn wij een grote familie. Als ik in de kerktoren aan het spelen ben, loopt de Whatsappgroep van het Staatsorkest vol met foto’s van medemuzikanten die beneden samen aan de koffie zitten. De sfeer in het orkest is altijd goed. Dat is opmerkelijk voor een groep waarvan de jongste leden nog student zijn, en de oudste 82 jaar is. Het is een muzikale biotoop die alleen maar kan gedijen op Genkse grond.”
Alles wijst erop dat dit nog maar het begin is. “De concerten van het Staatsorkest winnen duidelijk aan kracht”, vindt Herwig Pans. “We begonnen op straat en schopten het tot op het podium van C-mine. De droom blijft om ooit voor de koning te spelen in Genk, maar het is bespreekbaar dat wij naar Brussel trekken. Naar het schijnt hebben ze daar elk jaar iets te vieren op 21 juli.” 

Tekst en interviews door Sue Somers
Foto's door Liesbeth Driessen - UHasselt